Posts tonen met het label permacultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label permacultuur. Alle posts tonen

30 september 2012

herfsttuin

Een heerlijke zonnige middag in de tuin, wat een kadootje! Je ziet en ruikt dat de herfst in aantocht is, maar tegelijkertijd is de tuin nog weelderig en groen. In onze wijk is veel bestrating en weinig groen. Ik kies er dus bewust voor om de boel niet al te strak te organiseren, om zo een veilig toevluchtsoord te zijn voor vogels en insecten. En dat ik niet al te georganiseerd van aard ben laat ik dan maar even buiten beschouwing.

De aardappelbakken heb ik ingezaaid met winterrogge; een groenbemester die ervoor gaat zorgen dat ik de bakken volgend jaar zonder problemen opnieuw kan gebruiken zonder ze helemaal van nieuwe aarde te voorzien. Verder heb ik wat winterpostelein ingezaaid tussen de tuintegels, nu ik officieel het laatste maaltje raapsteel heb verwerkt. Winteruien en knoflook zijn her en der door de tuin geplant, zodat ik aan het begin van volgend seizoen alvast een nieuwe voorraad heb. Ik ben niet al te grondig geweest met wieden, want mijn gevederde vriendinnen krijgen deze week eindelijk de langverwachte puppyren, waarmee ik ze als wandelende wiedmachines door de tuin kan verplaatsen.

Kip Nugget is niet nieuwsgierig , maar houdt alles wel goed in de gaten. Zeker als we aan haar plantenbakken zitten.

Tussen het weelderige groen stonden nog wat bollen knoflook. Voor we deze naar binnen halen mogen ze nog even naast de augurkenplant in de zon blijven drogen.

Deze tomaatjes gaan niet meer rijpen vermoed ik. Op zoek dan maar naar een lekker recept voor groene tomaten. Tot ik iets gevonden heb dat mijn goedkeuring kan wegdragen mogen ze nog even aan hun takje blijven hangen.

Tomaat en lavendel groeien naast elkaar in een plantvak op de zuidmuur....


...en trekken nog volop vliegverkeer.

Maar ook de herfstige, niet-gevleugelde collega is alweer actief.

Een niet-ingewijde zou dit hoekje chaotisch noemen. Ik noem het "natuurlijk" ;)

10 mei 2012

ondertussen in mijn eetbare tuin....

Het weer is nog niet om over naar huis te schrijven maar de tuin begint langzaam maar zeker echt groen te worden. De eerste sla is geoogst, de mosterd staat in bloei en over een paar weken vieren we de eerste aardappelen. Een rondleiding in foto's door mijn piepkleine stadsboerderij in de maand mei.


de pluksla staat er na een buitje prima bij

het Rosevalhoekje

ook dit is lente!


aardbei en Vergeetmeniet. Gewoon omdat het kan.

nieuwsgierig kipje

venkel in de couveuse

mosterdzaad en rabarber

uien, pastinaak, mini-kompostemmer en zwammenstam


rabarber, venkel, palmkool, ananaskers, mais, tomaat, braam, framboos, aardappel, bonen, erwten, mosterdzaad, oesterzwam, ui, knoflook, raapsteel en kruiden op een krappe 20m2

"Kijk nou! Een slak!"
 

07 april 2012

duurzaam eten

Ons dagelijks menu is doordrenkt van olie. Niet zozeer de calorierijke olie waar we in bakken en braden (alhoewel ook dat soms best wat minder kan...) maar in de fossiele brandstoffen die nodig zijn om eten van het land op ons bord te krijgen. En olie, zo is inmiddels de algemene opvatting, is steeds moeilijker in te winnen. Het is niet zo dat olie snel op zal raken, maar het wordt steeds lastiger om het boven de grond te krijgen en daarmee steeds duurder. Het verschijnsel dat alle gemakkelijk bereikbare bronnen zo'n beetje leeg zijn wordt peakoil genoemd. Wanneer dat precies is bereikt is eigenlijk pas achteraf vast te stellen, maar schattingen lopen uiteen tussen 2008 en 2020. Overigens wordt er al sinds de jaren '80 meer olie opgepompt dan er nieuwe oliebronnen worden gevonden.

Maar dit stukje is niet bedoeld om een deprimerend verhaal over schaarste en tekort te houden. Ik wil het juist hebben over manieren om meer duurzaam te eten. De aanleiding is deze documentaire uit 2009 waarin, naar mijn idee, een heel indrukwekkend beeld wordt geschetst van het belang van duurzaam "boeren". Maar boeren doen eigenlijk niets anders dan het voorzien in de behoefte van ons consumenten: we verorberen met z'n allen enorme hoeveelheden vlees, zuivel, eieren en graan. En aangezien we met steeds meer zijn, stelt dat hoge eisen aan de productie. Om aan die nog altijd groeiende behoefte tegemoet te komen worden allerlei trucs uitgehaald: kunstmest, intensieve veeteelt, genetisch manipuleren, platbranden van stukken bos om meer te kunnen verbouwen. Deze manier van produceren leidt onder andere tot uitputting van vruchtbare grond, mestoverschotten en verschraling van de voedingswaarde. Om de grond te bewerken en het voedsel ook naar andere gebieden te distribueren is veel olie nodig: voor landbouwmachines, voor bewerking, voor transport. Op termijn is deze vorm van voedselproductie niet houdbaar. We proberen eigenlijk gras sneller te laten groeien door er heel hard aan te trekken.

Andere voedselkeuzes helpen bij het "afkicken" van onze olieverslaving. Je ontkomt er daarbij niet aan om maar weer eens een aantal open deuren te noemen, zoals: verminder je vlees- en zuivelconsumptie. Eet lokaal en kies voor groenten uit het seizoen. Maar wat ik een interessante eye-opener vond in de documentaire was de notie dat we erg verslaafd zijn geraakt aan granen. Graan is een gewas dat veel ruimte nodig heeft om te groeien. Bovendien is er veel olie nodig voor oogst, bewerking en transport van granen. Weliswaar vormen graanproducten een belangrijk onderdeel van een gezonde voeding, maar we eten nog altijd meer (en meer bewerkt!) dan we voor een evenwichtig dieet nodig hebben.

Ook de manier waarop we met de aarde omgaan is een relevante factor in onze afhankelijkheid van olie. Als boeren een diversiteit aan grassoorten zaaien is er het hele jaar door voldoende te grazen, waardoor koeien buiten kunnen blijven staan en er bovendien niet gehooid hoeft te worden. Door landbouwgrond niet te ploegen kunnen micro-organismen beter hun werk doen en dat komt de vruchtbaarheid en kwaliteit van de grond ten goede. Het niet al te netjes houden van de natuurlijke omgeving, maar organisch materiaal de tijd geven om te rotten, draagt bij aan het bodemleven en daarmee aan de voedingswaarde van ons eten.

Het lijkt alsof ruimte een belangrijke randvoorwaarde is om hier als individu een bijdrage aan te leveren. Met voldoende grondoppervlak is het verbouwen van eigen groenten, het aanleggen van een composthoop of het houden van (klein)vee gemakkelijker te realiseren dan in de beperkte ruimte van een stad. Maar, zoals ik op mijn blog al vaker heb bepleit, kun je ook als stedeling bescheiden stappen zetten naar een meer zelfvoorzienend leven. En als je een netwerkje opzet met gelijk gezinden, waarbij de één tomaten en sla opkweekt op het balkon, een ander een fruitboompje plant en een derde een paar courgetteplanten in potten heeft staan, heb je al een leuke stap gezet. Alles wat we zelf produceren, hoe bescheiden ook, doet weer minder beroep op fossiele brandstoffen en is daarmee en stap op weg naar onafhankelijkheid. En bovendien is het nog hartstikke leuk ook.


17 maart 2012

tuin-evolutie

Ik woon in de stad en ben gezegend met een bescheiden tuin, een houten vlondertje aan een sloot en een dakterras. Toen ik hier precies tien jaar geleden kwam wonen was de tuin niet meer dan een zandhoop met veel puin. Omdat de kinderen nog heel klein waren besloten we een klein stukje gras aan te leggen waar ze op konden dollen en verder de boel als terras te bestraten. Naast het terras kwamen twee zeer bescheiden borders waar ik wat éénjarig spul in plantte om het op te vrolijken.



Maar ik werd gegrepen door het tuiniervirus en al snel bleken de twee kleine borders niet genoeg om mijn ei in kwijt te kunnen. Ieder seizoen werden stukjes gazon afgestoken om er planten in te zetten, tot ik zo’n vijf jaar geleden besloot het gazon er maar helemaal uit te halen. Stukje bij beetje stak ik vierkante lapjes gras af, keerde het om en voorzag het van een organische bovenlaag. Een seizoen ging voorbij en het volgende voorjaar had ik een prachtig, grasvrij stuk zwarte aarde.

Onder de dunne bovenste laag was echter nog steeds sprake van zilvergrijs zand en puin; prima om te bestraten (waar de meeste mensen in deze buurt voor kiezen), maar niet als vruchtbare basis voor een oase van planten. De bokashibak deed zijn intrede in ons huis. Iedere keer dat de inhoud van een goed gevulde bokashibak werd ingegraven in de tuin, verbaasde ik me dat het in een paar weken volledig transformeerde tot perfecte zwarte, vruchtbare aarde dat wemelde van de wormen. Bij het aanplanten van iedere nieuwe plant werd het gat eerst voorzien van een basislaag bokashi, dan wat aarde en dan de plant. En dat bleek in perfecte, sterke planten te resulteren.



Na het eerste seizoen bokashituinieren was het aanvankelijk dunne vruchtbare bovenlaagje van een centimeter of tien aangegroeid tot ongeveer vijfentwintig centimeter. Ieder seizoen groeide door inspoelen, wormen en aanvullen van het organisch materiaal de vruchtbare laag verder aan en verbeterde de kwaliteit en het bodemleven.

In de zomer 2008 gooiden we als gezin het roer om en besloten we van consument zoveel mogelijk te transformeren tot producent. Biologisch eten uit het seizoen stond hoog op ons verlanglijstje. Aangezien het biologische groenteabonnement behoorlijk duur was en bovendien een dorp verderop moest worden opgehaald (wat dan vaak weer met de auto gebeurde) huurde ik een stukje moestuin in de buurt. Eenmaal kennisgemaakt met hoe makkelijk én leuk het was om je eigen eten te verbouwen, begon ook de huis-tuin-en-keukentuin langzaam maar zeker te transformeren. Tussen de sierplanten kwamen steeds vaker potten met sla te staan en ook het kruidentuintje deed zijn intrede om nooit meer weg te gaan. Op de oprit kwamen kuipen met kleine maar zéér productieve fruitbomen, er kwam een koude bak om het seizoen te verlengen, er werd een framboos en een braam aangeplant.



Afgelopen zomer namen de eetbare planten voor het eerst de overhand en stond er snijbiet tussen de hosta’s, venkel naast het siergras en kronkelden de pompoenen tussen de bloemen door. Op de oprit stonden potten met diverse soorten tomaten en een grote kuip met aardappelen. Met ingang van dit jaar heb ik mijn moestuin opgezegd en ga ik alleen nog maar aan huis tuinieren. Dat betekent dat ik me bij iedere plant die de grond in gaat afvraag wat hij voor waarde kan geven aan mijn wens om te produceren in plaats van te consumeren: is hij eetbaar? Zo niet, is hij aantrekkelijk voor bijen of andere bestuivende insecten? Houdt de plant plagen bij andere, eetbare, soorten op afstand?



Op het dakterras, dat vanwege wind tamelijk onherbergzaam is, heb ik een paar weken geleden grote bakken met aardpeer neergezet die als windkering gaan dienen. Zodra deze aanslaan en de temperaturen buiten nog wat stijgen komt in de luwte daar achter een houten vierkante meter-tuin met allerhande groenten en kruiden die veel zonne-uren per dag nodig hebben.

Zo heeft mijn tuin zich ontwikkeld van praktische gezinstuin tot de producerende stadstuin die het inmiddels is geworden, onder het motto: hoezo ruimtegebrek? Uiteraard is het niet voldoende oppervlak om volledig onafhankelijk te worden van de groenteboer, maar in het hoogseizoen komt het zeker voor dat ik de supermarkt een aantal weken niet van binnen zie. En er is echt niets zo lekker als een roerbakschotel uit eigen tuin.

maart 2012